Ivar RŲmer



Als kind keek ik al in eerbied op naar de grote componisten! Hoe deden ze dat toch? Componeren! Muziek scheppen uit het niets. Een groot wonder! Beethoven componeerde zo anders, dan Bach of  Mozart.
Beethoven schaafde voortdurend aan zijn melodieŽn tot ze de perfecte vorm kregen; Mozart leek het als een rechtstreekse inspiratie uit een hogere wereld te ontvangen. Schubert schreef zijn composities meteen uit de nacht op. Altijd lag een velletje notenpapier op zijn nachtkastje om zijn ingevingen te noteren.

En Rossini! Hoe bestond het dat hij het componeren op latere leeftijd inruilde om zich te wijden aan de kookkunsten!? Hoe verspilde je nu zo'n mooie gave! Zo begon ik zelf op mijn 11e te componeren en ben dat naast mijn andere activiteiten steeds blijven doen.



Na mijn studie aan het Prins Claus Conservatorium was ik werkzaam als dirigent voor blaasorkesten en als klarinet docent aan diverse muziekscholen. Voor die orkesten en leerlingen schreef ik mijn instrumentale muziek.

De muziek op teksten van Rudolf Steiner schreef ik voor speciale gelegenheden in het antroposofische circuit. Meestal gewijd aan de jaarfeesten of andere spirituele inhouden.